Blog

Het ouderschapsplan

Het ouderschapsplan is een juridisch document. Op het moment dat ouders van kinderen jonger dan 18 jaar uit elkaar gaan, zijn zij verplicht om een ouderschapsplan op te stellen. Dit is een document waarin afspraken worden gemaakt over de verzorging en opvoeding van de kinderen die de ouders samen hebben. Ouders kunnen hierin verschillende onderwerpen regelen, zoals vakantie, zorg, school en financiën. Zo kan er worden afgesproken hoe er over een schoolkeuze wordt beslist, wanneer het kind met welke ouder op vakantie kan, op welke manier en hoe vaak ouders informatie uitwisselen over het kind, maar ook ‘simpelere’ afspraken zoals bedtijden, scherm tijden en regels over straffen. Het opstellen van een ouderschapsplan is verplicht voor ouders die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben en voor samenwonende ouders met gezamenlijk gezag. Deze verplichting is ook vastgelegd in Burgerlijk Wetboek 1. Een rechtbank maakt de echtscheiding dan ook niet officieel zolang er geen ouderschapsplan aan de rechter is voorgelegd. Het is van belang dat het kind bij het opstellen van het ouderschapsplan betrokken wordt. Het is belangrijk dat er naar hen wordt geluisterd. Indien het opstellen van een ouderschapsplan gezamenlijk niet lukt, door bijvoorbeeld ruzies, dan kan een mediator of iemand van het buurtteam helpen. Het ouderschapsplan kan meerdere keren veranderd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval als een van de ouders van het kind werkloos wordt of gaat verhuizen. Ook indien de kinderen ouder worden, kunnen de behoeften veranderen. Flexibiliteit van de ouders is dus belangrijk. Het doel van het ouderschapsplan is het waarborgen van de belangen van de kinderen en conflicten tussen ouders te voorkomen. Een ouderschapsplan draagt dan ook bij aan een goed co-ouderschap. Tot slot kan een ouderschapsplan gebruikt worden indien er wel sprake is van ruzies. Ouders kunnen dan terugvallen op dit document, maar het ook gebruiken bij een eventuele gerechtelijke procedure.

Read more

Geslachtswijziging in de geboorteakte

Hoe zou jij het vinden als je elke keer wanneer je je ID-kaart laat zien, moet uitleggen dat je geen jongen bent maar eigenlijk een meisje? Wanneer kinderen zich niet herkennen in het geslacht wat op hun ID-kaart staat maar zich anders voelen, kan dit voor hen problemen opleveren. Juist bij kinderen en jongeren is het belangrijk dat ze zich vaak identificeren bijvoorbeeld bij het verkrijgen van diploma’s, toegang tot een discotheek of bij bijbaantjes. Volgens het huidige recht is het mogelijk om de geslachtsnaam te laten wijzigen wanneer iemand 16 jaar of ouder is en in het bezit van een deskundigenverklaring (artikelen 1:28-1:28c BW). Het kan ook lastig zijn als kinderen zich niet identificeren als jongen en niet als meisje, deze personen zijn non-binair. Op dit moment is er nog geen wettelijke regeling voor hen om op hun ID-kaart ‘non-binair’ te laten zetten. De rechtbank heeft dit derde geslacht al wel erkend. Dit betekent dat ieder persoon dat zich als non-binair identificeert naar de rechtbank dient te gaan om de geslachtsnaam te laten wijzigen.

Knelpunten

Met de wetswijziging in 2014 werd het leeftijdsvereiste van zestien jaar oud ingevoerd. Dit is een knelpunt aangezien uit artikel 89 van het Wetboek van Rechtsvordering blijkt dat een kind vanaf de leeftijd van 12 jaar oud het recht heeft om gehoord te worden. Bij medische beslissingen kan de minderjarige vanaf 12 jaar meebeslissen. Ook de ouder geeft vanaf 12 jaar toestemming. Een kind kan vanaf twaalf jaar beginnen met hormoonremmers zodat het kind niet het lichaam krijgt van een volwassen man of vrouw. Daarentegen heeft de minderjarige onder de 16 jaar niks te zeggen over de wijziging van het geslacht in de geboorteakte. Dit is heel lastig voor kinderen die geboren zijn in het verkeerde lichaam en kan leiden tot psychische problemen. Een ander knelpunt is de deskundigenverklaring die dient te worden gegeven. De deskundige dient te kijken of de minderjarige die het verzoek indient er goed over heeft nagedacht. Er wordt soms geen deskundigenverklaring gegeven als de persoon niet naar buiten toe de overtuiging toont om tot het andere geslacht te behoren maar enkel achter gesloten deuren. Dit is in strijd met het recht op zelfbeschikking (art. 8 EVRM).

Wetsvoorstel

In 2021 is het Wetsvoorstel Wijziging vermelding gelsacht in de geboorteakte ingediend. Deze punten zijn daarin voorgesteld:

  1. Kinderen die jonger dan zestien jaar zijn, kunnen hun geslacht wijzigen via een verzoek aan de rechtbank.
  2. Personen van zestien jaar en ouder hebben de mogelijkheid om een eerste of tweede wijziging te doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
  3.  De deskundigenverklaring wordt afgeschaft.
  4. Het wijzigingsverzoek van de geslachtsregistratie kan gedaan worden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van de transgenderpersoon.

Concluderend

Doormiddel van de punten die zijn voorgesteld in het Wetsvoorstel Wijziging vermelding geslacht in de geboorteakte zouden kinderen en jongeren makkelijker hun geslacht kunnen wijzigen. Dit is in het belang van het kind en zijn stappen in de goede richting. Er dient echter nog verder gekeken te worden of er nog meer gedaan kan worden om de geslachtsnaamwijziging makkelijker te maken. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het recht van het kind om gehoord te worden (art. 12 IVRK), het recht op een identiteit (art. 8 IVRK) en de ontwikkelende vermogens van het kind (art. 5 IVRK).

Read more

Het onterfde kind, rechteloos?

Na het overlijden van (één van) de ouders wordt gekeken naar het testament in verband met de afwikkeling van de nalatenschap. In het testament mogen de ouders namelijk zelf bepalen hoe zij hun vermogen, na overlijden, willen verdelen. Het kan voorkomen dat blijkt dat één van de kinderen is onterfd. Dit kind is niet volledig rechteloos.

De legitieme portie

Volgens de Nederlandse wet heeft het onterfde kind recht op zijn legitieme portie. Dit is vastgelegd in artikel 4:63 BW. Hierin staat beschreven dat het kind, ongeacht wat besloten is door zijn ouder(s) in het testament, hij áltijd recht heeft op een deel van het vermogen van zijn ouder(s). Het is een vordering op geld en niet op goederen. Op deze manier komt het kind dus niet direct met lege handen te staan.

Enkel de kinderen van de overledene(n) hebben recht op de legitieme portie. Kleinkinderen hebben niet automatisch recht hierop maar in het geval één van de kinderen van de overledene(n) is overleden, dan hebben zijn of haar kinderen wel recht op de legitieme portie. In de wet is verder niets geregeld omtrent stiefkinderen. Zij hebben geen recht op de legitieme portie. Alleen wanneer de overledene de stiefkinderen als erfgenaam in het testament heeft opgenomen hebben zij recht op een deel van de erfenis.

De vervaltermijn

Het onterfde kind moet wel op tijd een beroep doen op zijn legitieme portie. Wanneer hij namelijk niet binnen vijf jaar na het overlijden van zijn ouder(s) het beroep indient, verloopt zijn aanspraak op de legitieme portie. Dit wordt ook wel de verjaringstermijn van de legitieme portie genoemd en is vastgelegd in artikel 4:85 lid 1 BW. De minderjarige (in beginsel het kind tot achttien jaar) is handelingsonbekwaam volgens de Nederlandse wet. Een minderjarige is dus afhankelijk van zijn wettelijke vertegenwoordiger (vaak de ouder(s)) voor een beroep op de legitieme portie. Ook de wettelijke vertegenwoordiger is gebonden aan de verjaringstermijn. Dit houdt in dat de wettelijke vertegenwoordiger dus binnen vijf jaar na overlijden van de ouder(s) aanspraak moet maken op de legitieme portie namens de minderjarige. Wanneer dit niet op tijd gebeurt, verloopt het recht van de minderjarige en kan hij geen aanspraak meer maken op zijn legitieme portie.

De legitieme portie afschaffen: ja of nee?

Er is al lange tijd discussie over het bestaansrecht van de legitieme portie. Zo stellen voorstanders dat gezien de familieband tussen ouders en kinderen een kind niet zomaar onterfd mag worden en altijd recht moet hebben op een deel van het vermogen. Tegenstanders beweren dat het bestaansrecht van de legitieme portie niet eerlijk is tegenover de testeervrijheid van de erflater. Hiermee wordt bedoeld dat de uiterste wil, het onterven van het kind, niet goed genoeg kan worden vastgelegd aangezien het kind altijd recht heeft op zijn legitieme portie. Dit is volgens tegenstanders oneerlijk voor de erflater.

Toch heeft de Nederlandse wetgever besloten de legitieme portie in het wetboek te behouden. Daarnaast heeft de minister voor Rechtsbescherming aangegeven de positie van onterfde kinderen zelfs te willen versterken door te kijken naar de mogelijkheid de vervaltermijn van vijf jaar niet tijdens de minderjarigheid te laten lopen. Deze termijn zal pas in mogen gaan op het moment dat het kind meerderjarig is zodat het kind niet afhankelijk is van zijn wettelijke vertegenwoordiger. Vooralsnog heeft deze wetswijziging nog niet plaatsgevonden. 

Read more

Deelgezag

Het komt steeds vaker voor dat andere personen dan je vader en moeder betrokken zijn bij jouw opvoeding. Denk bijvoorbeeld aan stiefouders. Deze ‘andere personen’ hebben op dit moment geen beslisrechten. Zij mogen bijvoorbeeld niet bepalen hoe laat je naar bed gaat of wat je mag eten. Dit kan voor problemen zorgen. Je stiefouder zorgt voor jou, maar heeft geen officieel recht om beslissingen over jou te nemen. Maar er zijn nieuwe plannen om dit te veranderen! Het wetsvoorstel Wet deelgezag wil ervoor zorgen dat deze ‘andere personen’ rechten krijgen ten aanzien van kinderen.

Wat betekent gezag en deelgezag?

Deelgezag is een aanvulling op het huidige gezagsrecht. Gezag betekent dat iemand, meestal je ouders, het recht en de verantwoordelijkheid hebben om voor je te zorgen en beslissingen te nemen. Bijvoorbeeld over naar welke school je gaat of over medische behandelingen en vrijetijdsbesteding. Andere mensen om je heen hebben deze beslissingsbevoegdheid niet.

Met deelgezag zouden die andere mensen, die belangrijk voor jou zijn, een beetje meer zeggenschap kunnen krijgen. Zij worden dan ‘deelgezagdragers’ genoemd. De bevoegdheid van de deelgezagdragers is echter niet zo groot als de bevoegdheid van je ouders. Ze mogen beslissen over kleine dingen, zoals je bedtijd en sportactiviteiten. Grotere zaken, zoals instemmen met een medische behandeling, vallen niet onder de bevoegdheid van de deelgezagdrager.

Hoe ontstaat deelgezag?

Deelgezag kan op twee manieren ontstaan, namelijk net voor of na je geboorte en op een later moment.

Ten eerste kan deelgezag ontstaan als je net geboren bent. Je ouders of voogd moeten met de deelgezagdrager een verzoek indienen bij de rechtbank. Als het deelgezag wordt goedgekeurd, wordt dit opgeschreven in een speciaal register.  

Ten tweede kan deelgezag op een later moment ontstaan. Als je ouder bent dan drie maanden kunnen je ouders of voogd met de deelgezagdrager samen naar de rechter gaan. De rechter zal beslissen of het deelgezag goed is voor jou. Ook moeten ze laten zien dat de belangrijke persoon al minstens één jaar goed voor je heeft gezorgd. Niet iedereen kan dus deelgezagdrager worden.

Wat zijn de gevolgen van het deelgezag?

Als het deelgezag wordt ingevoerd kan dit leiden tot verschillende gevolgen. Dit zijn zowel positieve- als negatieve gevolgen. Allereerst zorgt deelgezag ervoor dat het sociale vangnet rondom jou wordt vergroot. Dit kan fijn zijn, omdat er meer volwassenen zijn om voor je te zorgen en je te helpen. Deelgezag geeft daarnaast duidelijkheid over wie welke verantwoordelijkheid heeft.

Maar sommige mensen maken zich zorgen over het deelgezag. Als meer mensen iets over jou te zeggen hebben, kunnen ze het soms niet eens zijn en ruzie krijgen. Dit kan leiden tot meer rechtszaken. Daarnaast zit niet ieder kind te wachten op het deelgezag. Soms kunnen kinderen bijvoorbeeld niet goed overweg met een stiefouder. Het is in zo’n situatie moeilijk voor een kind als de stiefouder het recht krijgt om beslissingen over hem te nemen.

Conclusie

Het voorstel voor de Wet deelgezag wil ervoor zorgen dat belangrijke mensen in jouw leven, zoals stiefouders, zeggenschap krijgen over bepaalde dingen. Dit is niet zo groot als het recht van je ouders. Het is belangrijk dat de deelgezagdrager een goede band heeft met het jou. Niet iedereen kan daarom zomaar deelgezagdrager worden.

Het is belangrijk om goed na te denken over deze nieuwe wet. Deelgezag kan helpen, maar het kan ook ingewikkeld zijn. Het is vooral belangrijk dat het deelgezag alleen wordt ingezet als dit in het belang van het kind is.

Read more

Bijzondere curator

Wat is een bijzondere curator?
De bijzondere curator in Nederland speelt een belangrijke rol in het beschermen van de belangen van minderjarige kinderen binnen het rechtssysteem. Deze juridische functie is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat kinderen een stem hebben in juridische procedures die hen aangaan, met name in gevallen van echtscheiding, voogdijgeschillen, alimentatie of kinderbeschermingszaken.

Hoe wordt een bijzondere curator benoemd?
Als een minderjarige een conflict heeft met zijn of haar ouders of de ouders onderling een conflict hebben en er niet samen uitkomen, kan de minderjarige zich laten vertegenwoordigen door een bijzondere curator (art. 1:250 jo. 1:212 BW). De bijzondere curator kan ambtshalve benoemd worden door de rechter. Dit moet nodig zijn in het belang van het kind. De rechter kan elk geschikt persoon benoemen als bijzonder curator, maar meestal is dit een advocaat. Ook de minderjarige of een belanghebbende kan een bijzondere curator aanvragen via een verzoekschrift. De minderjarige kan ook informeel een brief schijven aan de rechter om een bijzondere curator aan te vragen. De rechter zal dan beoordelen of een bijzondere curator nodig is. Minderjarigen jonger dan 12 jaar kunnen alleen informeel een bijzondere curator aanvragen.

Welke taken heeft een bijzondere curator?
De bijzondere curator heeft als voornaamste taak om de belangen van het kind te behartigen. Dit is een essentiële rol, omdat kinderen vaak niet in staat zijn om hun standpunten kenbaar te maken of te begrijpen wat er gaande is in juridische situaties. De bijzondere curator fungeert als een onafhankelijke stem die opkomt voor het welzijn van het kind. Daarnaast bepaalt de rechter bij de benoeming van de bijzondere curator zijn taken.

Het werk van de bijzondere curator gaat verder dan alleen juridisch advies geven. De bijzondere curator neemt actief deel aan de juridische procedures, pleit namens het kind en staat in direct contact met alle betrokken partijen, waaronder ouders, verzorgers en bijvoorbeeld jeugdzorgwerkers en psychologen. De bijzondere curator gaat in gesprek met het kind en belanghebbenden en kijkt wat er nodig is in het belang van het kind. De bijzondere curator doet verslag van deze gesprekken aan de rechter en geeft hem advies.

Als de tussenkomst van een bijzondere curator niet leidt tot een geschikte oplossing, zal de lopende procedure weer worden voortgezet. De minderjarige en de betrokkenen zullen dan een oproep voor een zitting ontvangen. De bijzondere curator staat dan de minderjarige bij in de rechtszaak. Als de bijzondere curator het in het belang van het kind acht, kan hij ook zelf een procedure starten.

De bijzondere curator wordt vaak ingezet bij echtscheidingen. In deze gevallen kunnen kinderen verstrikt raken in de emotionele en juridische strijd tussen hun ouders. De bijzondere curator vertegenwoordigt het kind en probeert de beste oplossing te vinden voor hun welzijn, door bijvoorbeeld advies te geven over de omgangsregeling of de verblijfplaats van het kind.

In gevallen van kinderbescherming, waarbij er zorgen zijn over de veiligheid en het welzijn van een kind, kan ook de bijzondere curator worden benoemd om de belangen van het kind te vertegenwoordigen. Dit kan onder meer betrekking hebben op situaties van verwaarlozing, misbruik of andere vormen van onveiligheid. De bijzondere curator onderzoekt de situatie en brengt verslag uit aan de rechter, met aanbevelingen voor de te nemen maatregelen om het kind te beschermen.

Conclusie
In Nederland is de bijzondere curator een waardevolle positie in het rechtssysteem, die erop toeziet dat de stem van het kind gehoord wordt en dat de beslissingen die genomen worden, in het belang zijn van het kind. De taken van een bijzondere curator zijn gevarieerd en kunnen afhankelijk zijn van de specifieke omstandigheden en juridische situatie. Over het algemeen heeft de bijzondere curator als belangrijkste doel de bescherming van de belangen en het welzijn van de minderjarige.

Read more

Naaktfoto’s

In een veranderende wereld waarin het contact tussen kinderen, jongeren en volwassenen steeds meer digitaal plaatsvindt, is de verspreiding van naaktfoto’s op het internet zeer toegenomen. Volgens meldpunt Helpwanted is het aantal meldingen van online afpersing door middel van naaktfoto’s of video’s het afgelopen jaar met 20% gestegen. Reden om in te grijpen naar mijn mening, want zowel bij jongeren als volwassenen valt nog een hoop te leren.

Mediawijsheid

Mediawijsheid is zowel bij kinderen als bij ouders van cruciaal belang. In een wereld waarin alles digitaal plaatsvindt is het raar dat we te weinig weten over de risico’s en gevolgen hiervan. Waarom wel met je kind praten over de risico’s van alleen naar huis fietsen in het donker, maar niet over de risico’s van online interactie. Uit een onderzoek van de Universiteit Gent blijkt dat 1 op de 3 jongeren wel eens aan sexting doet of naaktfoto’s verstuurd. Wanneer een onderwerp bespreekbaar is op school, thuis en tussen vrienden, is het veel makkelijker om aan de bel te trekken wanneer het mis gaat. Op die manier voelen kinderen en jongeren zich namelijk veiliger. Heb het er met je kind over dat de online wereld gevaarlijk kan zijn, net als dat je buiten op straat goed moet kijken bij het oversteken. Vraag naar je kind of hij wel eens een vervelende ervaring heeft gehad op internet. Maak het onderwerp bespreekbaar. 

Help! Een uitgelekte naaktfoto

Het allerbelangrijkste om mee te beginnen: voel je niet raar. Schaam je niet. Je bent niet alleen en het is heel normaal om risico’s te nemen en te experimenteren, ook op seksueel gebied. Dit hoort nou eenmaal bij de ontwikkeling. 

Het is vervelend maar blijf er niet alleen mee rondlopen, deel het met iemand die je vertrouwt. Een ouder, een beste vriend, je mentor of de politie. Het delen van je problemen, maakt het probleem vaak automatisch kleiner.

Je kunt foto’s en video’s rapporteren en aangeven dat deze persoon beelden van jou verspreid zonder dat jij hier toestemming voor hebt gegeven. Hoe sneller je reageert, hoe groter de kans is dat je het kunt tegenhouden, verspreiding gaat tegenwoordig namelijk razendsnel.

Het verspreiden van naaktfoto’s zonder dat iemand daar toestemming voor heeft gegeven is strafbaar. Het maakt niet uit of je de foto’s van die persoon zelf kreeg of via iemand anders, wie verspreid is strafbaar. Het is dus belangrijk dat je niet meedoet aan het versturen van de naaktfoto, maar diegene die het doet hierop aanspreekt.

Voor het verspreiden van naaktfoto’s kun je een gevangenisstraf tot 5 jaar en tot 15000 euro boete krijgen. Wanneer het gaat om verspreiding van foto’s van iemand onder de 18 jaar kan dit zelfs oplopen tot 10 jaar, omdat het dan gaat om kinderporno.De omstandigheden veranderen met de jaren, maar de rechten van het kind blijven hetzelfde. In een digitale wereld moeten we praten over de gevolgen en de risico’s op te voorkomen dat steeds meer mensen hier de dupe van worden. 

Read more

Uithuisplaatsing

Wat is een uithuisplaatsing (UHP)?

Bij een uithuisplaatsing verblijf je als kind (tijdelijk) ergens anders dan in je eigen gezin. Je verblijft bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis of een instelling. Een uithuisplaatsing kan vrijwillig, maar ook gedwongen plaatsvinden.

Een uithuisplaatsing is zelf geen doel, het is een kinderbeschermingsmaatregel. Het doel is aan de ene kant om jou als kind te beschermen en aan de andere kant om rust te brengen in het gezin.

De bedoeling is dat het kind contact mag blijven houden met de ouders. Dit gebeurt aan de hand van de omgangsregeling. Hierin staat duidelijk hoe vaak en wanneer het kind contact kan hebben met zijn ouders. Contact kan alleen worden beperkt als dat beter is voor het kind.

Wie kan een verzoek tot uithuisplaatsing indienen?

De Raad van de Kinderbescherming, een gecertificeerde jeugdzorginstelling of het Openbaar Ministerie kunnen een verzoek tot uithuisplaatsing indienen.

Wie beslist?

Bij een vrijwillige uithuisplaatsing is het de ouder die eens is met de oplossing dat het kind tijdelijk niet thuis kan wonen. De gemeente moet een verleningsbeschikking afgeven. 

Bij een gedwongen uithuisplaatsing beslist de kinderrechter dat het beter is dat het kind tijdelijk ergens anders woont. Het kind wordt onder toezicht gesteld en de rechter spreekt een machtiging uithuisplaatsing uit.

Hoelang kan een uithuisplaatsing duren?

De duur van een uithuisplaatsing kan verschillen. In beginsel duurt een uithuisplaatsing maximaal één jaar. Op verzoek van de gezingsvoogd of de Raad van de Kinderbescherming kan aan de rechter worden gevraagd om de termijn van een uithuisplaatsing telkens met één jaar te verlengen.

Een uithuisplaatsing stopt als het kind 18 jaar is geworden.

Wanneer mag het kind terug naar huis?

Als de situatie thuis stabiel is en het kind thuis verzorgd en opgevoed kan worden mag het kind naar huis. Ook moet dit in het belang van het kind zijn. Soms is er nog wel een ondertoezichtstelling, zo kunnen de ouders en het kind thuis geholpen worden.

Kijk voor meer informatie over de ondertoezichtstelling: https://utrecht.kjrw.eu/2022/05/01/ondertoezichtstelling/

Read more

Vaccinatie van minderjarigen

Ongetwijfeld heb je wel eens de welbekende griep meegemaakt en was je een aantal dagen goed misselijk. Dan moest je waarschijnlijk even goed uitzieken door goed te slapen en misschien wat aspirines innemen. 

Echter, bij hele ernstige ziektes bestaan er vaccinaties die voorkomen dat jij zo een ernstige ziekte (nog een keer) zult krijgen. 

Maar wie bepaalt nu eigenlijk of jij een vaccin krijgt? Nog belangrijker: stel jij bent minderjarig en jij wilt een vaccin, maar jouw ouders niet. Of nog moeilijker: jij en je vader willen dat jij het vaccin neemt, maar jouw moeder is hier fel op tegen. 

Wie bepaalt er uiteindelijk voor jou of jij een vaccin mag nemen?

Wat is en doet een vaccin?

We hebben allemaal ongetwijfeld al vele inentingen gehad; of het nu bij de geboorte was of een prik die je moest krijgen voordat je naar een ver land ging reizen. Een vaccinatie is een prik waardoor je antistoffen aanmaakt die je beschermen tegen een infectieziekte. Als je, nadat je het vaccin hebt gekregen, in de toekomst in aanraking komt met die virussen waartegen je bent ingeënt, dan herkent je lichaam die en worden snel extra antistoffen aangemaakt. Hierdoor word je veel minder of zelfs helemaal niet ziek. Vaccinatie is de meeste effectieve en goedkope manier om bepaalde infectieziekten te voorkomen!

De vaccinatie is dus voor het lichaam een soort ‘eerste kennismaking’ met een bacterie of virus. Het lichaam leert om er goed op te reageren zodat die virussen of bacteriën de ziektes waartegen je ingeënt bent niet kunnen veroorzaken wanneer je ermee in contact komt.

Soms is één vaccin voldoende voor een ‘levenslange bescherming’ tegen een bepaald virus of bepaalde bacterie, maar vaak moet je je opnieuw laten vaccineren om de antistoffen weer op peil te brengen. Dit wordt een ‘herhalingsvaccin’ genoemd, zoals het coronavaccin.

Kortom, het vaccin is dus een superuitvinding voor het voorkomen van ernstige ziektes!

Vaccineren: ja of nee?

Wat moet je weten voordat je je laat prikken? Nu weet je al dat een vaccin heel veel voordelen met zich meebrengt. De prik beschermt je tegen besmetting met een ernstig virus en als heel veel mensen zich laten vaccineren ontstaat er ‘groepsbescherming’. Dit betekent dat er zó veel mensen tegen hetzelfde virus zijn ingeënt, dat hierdoor de kans op een uitbraak van deze ziekte héél klein is!

Naast deze voordelen van het vaccineren, heeft het prikken tegen ernstige ziekten ook nadelen. De vaccinatie tegen een virus heeft namelijk bijwerkingen. De ene persoon heeft hier meer last van dan de andere. Zo kan het zijn dat jij helemaal geen verandering merkt na de prik, maar je vriendje bijvoorbeeld een rode huid of zelfs koorts krijgt. Dit verschilt dus per persoon en daarom is het niet duidelijk te zeggen welke bijwerkingen er zijn na een vaccin en zo ja, hoe hevig deze bijwerkingen zullen zijn.

Toestemming van ouders voor een prik?

Voor kinderen tot 12 jaar is het simpel: slechts toestemming van je ouders telt en jij als kind hebt eigenlijk ‘niets te zeggen’. Wanneer jij ouder dan 16 jaar bent maakt het niets meer uit wat jouw ouders willen, maar ben jíj de enige die bepaalt of jij een prik krijgt of niet.

Stel, jij bent 15 jaar en wilt een vaccinatieprik. Helaas willen jouw ouders dit niet. Wat doe je? Als je jonger bent dan 16 jaar moet je samen met je beide ouders beslissen of je je laat vaccineren. Maar wat nu als jij en je vader beiden willen dat jij wordt ingeënt tegen een virus, maar je moeder wil dit absoluut niet?

Je zou nu denken: dit kan toch helemaal niet, want beide ouders moeten toch voor de vaccinatie zijn? Dat klopt, maar de wet heeft hier een uitzondering op gemaakt!

Artikel 7:450 lid 2 Burgerlijk Wetboek benoemt twee uitzonderingen waarin jij als 15-jarige ook zónder toestemming van je ouders – of alleen van je vader of moeder – jezelf mag laten inenten!

Wanneer de prik nodig is kennelijk ernstig nadeel voor het kind te voorkomen én als het kind zelf de behandeling weloverwogen blijft wensen, ondanks dat een ouder/ouders toestemming weigeren.

De 15-jarig mag dus in dit geval alleen het vaccin krijgen zónder toestemming van zijn of haar ouders als hij of dit weloverwogen blijft wensen. Wat onder ‘weloverwogen’ valt, bepaalt de rechter uiteindelijk!

Read more

De gesloten jeudgzorg

Er is de laatste tijd veel te horen over de gesloten jeugdhulp. Dit is een erg ingrijpende vorm van jeugdhulp waarbij een kind in een gesloten jeugdzorginstelling wordt geplaatst. Er zijn recentelijk verschillende documentaires verschenen waarin naar voren kwam dat het niet goed gaat met jongeren in de gesloten jeugdhulp. Veel jongeren lijden aan psychische klachten, bijvoorbeeld omdat ze al meer dan 10 keer naar een andere instelling hebben moeten verhuizen.

Wat is gesloten jeugdhulp? 

Als het thuis niet goed gaat, kan een kind uit huis worden geplaatst. Het kind kan dan worden opgevangen in een pleeggezin, een open jeugdzorginstelling of een gesloten jeugdzorginstelling. Deze gesloten jeugdzorginstellingen bestaan in Nederland sinds 2008. In een gesloten instelling is weinig vrijheid: het is een afgesloten omgeving waarbinnen kinderen onder constant toezicht van begeleiders staan. De gesloten jeugdzorginstelling is echt een laatste redmiddel: dit is bedoeld voor kinderen met ernstige gedragsproblemen die anders niet de juiste hulp kunnen krijgen, bijvoorbeeld omdat ze daarvoor weglopen. Het is bijvoorbeeld bedoeld voor kinderen die bij hun verkeerde vrienden vandaan moeten blijven. Omdat dit zo’n zwaar middel is, is altijd tussenkomst van een rechter vereist die over de plaatsing gaat beslissen. De rechter moet daarbij zowel nationale als internationale wetgeving in acht nemen.

Extra psychische klachten

Helaas blijkt dat de gesloten jeugdhulp vaak maar tijdelijk een juiste oplossing is: voor even is het kind op een veilige en stabiele plek, maar op lange termijn krijgen kinderen vaak niet de behandeling die ze zo hard nodig hebben. Dat komt doordat er in Nederland een gebrek is aan passende zorg voor deze kinderen. Dat zorgt ervoor dat de meeste kinderen beschadigd uit de gesloten jeugdzorg komen. Dat is natuurlijk niet waarvoor de gesloten jeugdhulp is bedoeld.

Hoe kan het beter?

Gelukkig wordt er veel onderzoek naar de gesloten jeugdzorg gedaan en wat er gedaan kan worden om het systeem te verbeteren. Zo wordt voorgesteld om kinderen in eerste instantie maar voor een half jaar naar een gesloten instelling te sturen of om rechters meer vrijheid te geven als ze een verzoek voor een gesloten plaatsing krijgen. Een van de belangrijkste oplossingen is misschien wel om meer specialistische behandeling beschikbaar te stellen voor deze jongeren. Uiteindelijk dient de gesloten plaatsing immers geen straf te zijn: het is bedoeld om kinderen te helpen.

Read more

Wat doet Jeugdzorg?

Jeugdzorg is er om te bewerkstelligen dat jeugdigen veilig kunnen opgroeien. Jeugdorganisaties helpen kinderen, jongeren en hun ouders hierbij. Kinderen en jongeren kunnen vrijwillig hulp krijgen of de kinderrechter kan daartoe besluiten. Om te voorkomen dat er verplichte hulp nodig is vanuit jeugdzorg, wordt er veel waarde gehecht aan preventie. Het stelsel van de Nederlandse jeugdzorg wordt geregeld in de Jeugdwet. In die wet staat dat gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor alle vormen van jeugdzorg en jeugdhulp. Er zijn verscheidene vormen van jeugdzorg: 

  • Jeugd en opvoedhulp
  • Jeugdbescherming
  • Jeugdreclassering
  • Jeugd-ggz (geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd)
  • Jeugd-lvb (zorg voor jeugd met een licht verstandelijke handicap) 

Jeugd & opvoedhulp 

Bij jeugd en opvoedhulp wordt er specifiek gekeken naar wat het kind of de jongere nodig heeft. Er kan hulp aangeboden worden op school, in de sportclub of bij de kinderopvang. Ook kan er hulp aangeboden worden thuis, in een behandelgroep of in een gesloten instelling. Scholen, de politie, of maatschappelijk werkers kunnen betrokken worden bij de hulp die wordt verleend aan het kind/de jongere of aan het gezin. 

Jeugdbescherming

Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien zodat ze later volwaardig kunnen participeren in de maatschappij. Toch zijn er kinderen die niet veilig opgroeien, er kan in die gevallen jeugdbescherming nodig zijn. Onder jeugdbescherming wordt verstaan het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Het doel van kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de situatie die een bedreiging vormt voor de veilige ontwikkeling van het kind/de jongere. Alleen de kinderrechter is geoorloofd om zo’n maatregel te nemen. Dit kan de rechter doen nadat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek heeft gedaan. De kinderrechter kan bijvoorbeeld beslissen om kinderen of jongeren onder toezicht of voogdij te plaatsen. Als de situatie kritiek is dan kan het kind of de jongere direct uit huis geplaatst worden. 

Jeugdreclassering

Een andere verplichte vorm van jeugdbescherming is de jeugdreclassering. De kinderrechter kan beslissen dat het vereist is dat het kind/de jongere begeleiding krijgt bij de terugkeer in de maatschappij. Het doel van de jeugdreclassering is om samen met de ouder(s) of het netwerk het gedrag van de jongere te veranderen en recidive te voorkomen. Jeugdreclassering kan worden opgelegd aan jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Daarentegen kan het doorlopen tot het 23ste levensjaar mocht daar aanleiding toe zijn. 

Jeugd-ggz

Er zijn verscheidene vormen van jeugd-ggz. Zo is er de basis jeugd-ggz, die biedt hulp aan kinderen en jongeren met milde of enkelvoudige psychische klachten. Er is ook de specialistische, veelvoorkomende jeugd-ggz. Hierbij gaat het om hulp aan kinderen, jongeren en gezinnen waarbij er sprake is van meervoudige en/of complexere problematiek. Er wordt bij deze gezinnen gewerkt met een multidisciplinair team om op meerdere terreinen te kunnen helpen. Daarnaast is er de hoogspecialistische jeugd-ggz, die biedt hulp aan kinderen en jongeren met zeer complexe, ernstige of zeldzame psychische aandoeningen.

Jeugd-lvb 

Voor kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking is er een grotere kans op het ontwikkelen van psychische problemen. Dit is omdat ze vaker last hebben van verschillende risicofactoren zoals genetische kwetsbaarheid, verminderd zelfvertrouwen en verminderde emotieregulatie. Er kan ook een gebrek zijn aan steun, sprake zijn van armoede of andere maatschappelijke risicofactoren waardoor er een grotere kans is op psychische problemen. 

Professionals signaleren en diagnosticeren deze problematiek zodat de kinderen en jongeren geholpen kunnen worden.

Voor meer informatie zie https://www.jeugdzorgnederland.nl/

Read more