Blog

 

Geslachtswijziging

Sommige mensen worden geboren in een lichaam dat niet past bij het geslacht dat zij zich voelen; hun biologische geslacht past niet bij hun gender- en/of persoonlijke identiteit. Dit gebeurt bijvoorbeeld als iemand die zich een jongen voelt, geboren is in een lichaam dat vrouwelijke geslachtskenmerken heeft.

Het kan zijn dat deze persoon een traject in wil stappen waardoor hij zijn geslacht kan veranderen. Dat traject kan bestaan uit het slikken van hormonen, het ondergaan van een sociale en medische transitie, maar veel mensen willen ook een juridische geslachtswijziging.

Wat is het juridische geslacht?

Als je geboren wordt, wordt je geslacht geregistreerd op basis van je uiterlijke geslachtskenmerken. Dit geslacht komt te staan in je geboorteakte (artikel 43 lid 1 sub e Besluit burgerlijke stand). Tot nu toe kan je alleen als man of als vrouw geregistreerd worden, ondanks het feit dat veel mensen niet binnen deze categorieën passen. Je juridische geslacht is dus niet altijd hetzelfde als je genderidentiteit.

Soms is het zo dat het geslacht niet direct op basis van uiterlijke kenmerken kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld bij mensen met een intersekse conditie. In dat geval kan er een geboorteakte worden opgemaakt waarin staat dat het geslacht ‘niet is kunnen worden vastgesteld’. Dan wordt geprobeerd om binnen drie maanden alsnog een geslacht (man of vrouw) toe te wijzen. Lukt dat nog steeds niet, dan blijft in de geboorteakte staan dat het geslacht ‘niet is kunnen worden vastgesteld’.   

Het geslacht dat in je geboorteakte staat, wordt doorgevoerd naar de BRP (Basisregistratie Persoonsgegevens).

Hoe kan ik mijn geslacht wijzigen?

Als je je geslacht wil wijzigen van man naar vrouw, of andersom, heb je een deskundigenverklaring nodig. De deskundigenverklaring kun je krijgen van een Nederlandse arts of psycholoog, die geregistreerd staat in een speciaal register. Daarmee voer je een aantal gesprekken, waarbij het gaat over jouw genderidentiteit. De deskundige geeft voorlichtingen over de gevolgen van de wijziging van de geslachtsregistratie. Transgender Netwerk wil dat deze deskundigenverklaring niet meer nodig is, omdat dat meer recht doet aan het zelfbeschikkingsrecht van een transgenderpersoon.

Vervolgens moet je een afspraak maken met de burgerlijke stand van de gemeente van je geboorteplaats, om het geslacht te wijzigen in de geboorteakte. Bij deze afspraak kun je ook je voornaam wijzigen. Na deze afspraak kun je een nieuwe ID-kaart of paspoort aanvragen.

De wet waardoor je je geslacht kan veranderen geldt nu voor personen vanaf 16 jaar. Dat betekent dat je tot je 16 bent geworden, je geslacht nog niet juridisch kan wijzigen.

Er bestaat nog geen grondslag in de wet om een ander juridisch geslacht dan ‘man’ of ‘vrouw’ te hebben. Personen met een non-binaire genderidentiteit, of personen die simpelweg niet in de categorie ‘man’ of ‘vrouw’ passen, kunnen op dit moment alleen via de rechter een ‘X’ in hun paspoort krijgen.

Dan heb je een advocaat nodig, waarmee je samen een verzoekschrift indient. Voor een grotere slaginskans bij de rechter, is een deskundigenverklaring van jouw genderidentiteit ook handig. Die is overigens niet verplicht.

Het verschilt per rechter of een neutrale geslachtsregistratie wordt toegewezen. Verder is dit een langdurige en soms dure procedure. Daarom strijden verschillende belangenorganisaties ervoor om ook neutrale geslachtswijziging een wettelijke basis te geven.  

Read more

Mogen kinderen bij een scheiding zelf kiezen of ze bij hun moeder of vader gaan wonen?

Hallo daar! Vandaag gaan we het hebben over een belangrijk onderwerp waar veel kinderen mee te maken kunnen krijgen: scheiding. Bij een scheiding gaan je ouders uit elkaar en dit kan veel veranderingen met zich meebrengen. Eén van de grote vragen die dan speelt, is: waar ga jij wonen? Bij je moeder, je vader, of misschien wel allebei? Laten we eens kijken hoe dit in Nederland geregeld is en wat jij hierover kunt zeggen.

Ouders hebben gezag over jou tot je 18 bent

Allereerst is het belangrijk om te weten dat je ouders gezag over je hebben tot je 18 jaar oud bent. Dit betekent dat zij belangrijke beslissingen over jouw leven mogen nemen, zoals waar je gaat wonen, naar welke school je gaat en wat voor medische behandelingen je krijgt. Dit geldt dus ook bij een scheiding. Je ouders moeten samen beslissen waar jij gaat wonen.

Wat als je ouders uit elkaar gaan?

Als je ouders uit elkaar gaan, moeten ze samen afspraken maken over hoe ze voor jou blijven zorgen. Dit doen ze in een ouderschapsplan. Hierin staat onder andere waar jij gaat wonen, hoe vaak je de andere ouder ziet en hoe ze belangrijke beslissingen over jou nemen. Soms gaat dit heel goed en zijn je ouders het snel eens over de afspraken. Maar soms kunnen ouders het hier niet over eens worden, en dan moet de rechter helpen.

Kun je zelf kiezen bij wie je gaat wonen?

Je vraagt je misschien af of jij zelf mag kiezen bij wie je gaat wonen. Het antwoord is een beetje ingewikkeld. In Nederland mogen kinderen niet zelf beslissen waar ze gaan wonen als hun ouders uit elkaar gaan. Dit is omdat je ouders het gezag over je hebben. Maar dit betekent niet dat jouw mening niet belangrijk is. Integendeel!

Jouw mening telt!

Vanaf je twaalfde jaar vindt de rechter jouw mening erg belangrijk. Als je ouders er samen niet uitkomen en de rechter moet beslissen, dan wil de rechter ook graag weten wat jij wilt. Je kunt dit op verschillende manieren aan de rechter laten weten.

Een brief aan de rechter

Een manier om je mening te geven, is door een brief te schrijven aan de rechter. Dit kun je samen met iemand van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel doen. In de brief kun je vertellen bij wie je het liefst wilt wonen en waarom. Misschien voel je je bij één ouder meer thuis, of misschien zijn er praktische redenen, zoals school of vrienden, waardoor je liever bij één ouder wilt wonen. Het is belangrijk om eerlijk te zijn en goed uit te leggen wat jij wilt.

Een gesprek met de kinderrechter

Naast het schrijven van een brief, kun je ook een gesprek hebben met de kinderrechter. De kinderrechter is een speciale rechter die veel ervaring heeft met zaken die over kinderen gaan. In het gesprek kan de rechter jou vragen stellen over hoe jij je voelt en wat jij graag zou willen. Dit gesprek vindt plaats in een rustige omgeving en je mag natuurlijk iemand meenemen die je vertrouwt, zoals iemand van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel.

Wat doet de rechter met jouw mening?

De kinderrechter neemt jouw mening heel serieus, maar moet ook rekening houden met andere dingen. Bijvoorbeeld wat het beste voor jouw welzijn en ontwikkeling is. Soms kan het zijn dat wat jij wilt niet helemaal mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de ene ouder te ver weg woont of omdat de rechter denkt dat het beter is om bij de andere ouder te wonen. De rechter probeert altijd een beslissing te nemen die het beste voor jou is.

Het ouderschapsplan

Bij een scheiding zijn je ouders verplicht om een ouderschapsplan te maken. In dit plan staan afspraken over jou en jouw broers of zussen. Het ouderschapsplan is bedoeld om ervoor te zorgen dat jullie goed verzorgd worden en om duidelijkheid te geven over de verdeling van de zorg. Hierin staat bijvoorbeeld:

Waar je gaat wonen: Woon je bij je moeder, je vader, of bij allebei om de beurt?

Hoe vaak je de andere ouder ziet: Hoe vaak ga je naar je vader als je bij je moeder woont, en andersom?

Hoe de vakanties worden verdeeld: Bij wie ben je tijdens vakanties en feestdagen?

Hoe belangrijke beslissingen worden genomen: Bijvoorbeeld over schoolkeuze of medische zorg.

Je ouders moeten dit plan samen maken en erover nadenken wat het beste voor jou is. Als ze er samen niet uitkomen, kan de rechter helpen om een beslissing te nemen.

Wat als je ouders het niet eens worden?

Als je ouders het niet eens kunnen worden over de afspraken in het ouderschapsplan, dan kan de rechter ingrijpen. De rechter zal dan beslissen wat het beste voor jou is. Hierbij wordt ook gekeken naar jouw mening, vooral als je twaalf jaar of ouder bent. De rechter zal proberen een oplossing te vinden die voor iedereen werkt, maar vooral voor jou.

Waarom is jouw mening belangrijk?

Jij bent degene die het meeste last kan hebben van de veranderingen na een scheiding. Daarom is het belangrijk dat jij je goed voelt bij de afspraken die gemaakt worden. Door jouw mening te geven, kun je helpen om ervoor te zorgen dat je in een situatie terechtkomt die voor jou het beste werkt. Het is belangrijk dat je eerlijk bent en vertelt wat je echt wilt en waarom.

Hoe kan de Kinder- en Jongerenrechtswinkel helpen?

Als je het moeilijk vindt om je mening te geven of niet weet hoe je een brief moet schrijven aan de rechter, kun je hulp krijgen van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel. Wij kunnen je helpen met het schrijven van de brief of je voorbereiden op een gesprek met de rechter. Ook kunnen we je uitleggen wat er allemaal gebeurt tijdens een scheiding en wat jouw rechten zijn.

Samenvatting

Samengevat, je ouders hebben gezag over jou tot je 18 jaar bent en mogen in principe beslissen waar je gaat wonen. Maar als je ouders gaan scheiden, is jouw mening ook heel belangrijk, vooral als je twaalf jaar of ouder bent. Je kunt je mening geven door een brief te schrijven aan de rechter of een gesprek te hebben met de kinderrechter. De rechter zal jouw mening meenemen in zijn beslissing, maar moet ook andere dingen afwegen om te bepalen wat het beste voor jou is. Vergeet niet dat je altijd hulp kunt vragen aan de Kinder- en Jongerenrechtswinkel als je vragen hebt of ondersteuning nodig hebt.

Hopelijk helpt deze informatie je om beter te begrijpen wat er gebeurt bij een scheiding en hoe jouw stem gehoord kan worden. Onthoud dat jouw mening telt en dat er altijd mensen zijn die je willen helpen!

Read more

Kledingvoorschriften op scholen

Stel je voor, je wil een pet, buiktruitje of boerka naar school dragen, maar de school verbiedt het dragen van deze kleding. Wat zijn de geldende regels omtrent kledingvoorschriften op scholen?

In het Kinderrechtenverdrag ligt de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst van het kind vastgelegd. Artikel 14 luidt als volgt:

  • Lid 1: De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.
  • Lid 2: De Staten die partij zijn, eerbiedigen de rechten en plichten van de ouders en, indien van toepassing, van de wettige voogden, om het kind te leiden in de uitoefening van zijn of haar recht op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.
  • Lid 3: De vrijheid van een ieder zijn godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan slechts in die mate worden beperkt als wordt voorgeschreven door de wet en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.

Kinderen zijn dus vrij om hun godsdienst of levensovertuiging te uiten. In principe mogen kinderen ook zelf bepalen wat ze naar school dragen. Toch kunnen scholen gebruik maken van kledingvoorschriften.

Zo is in 2019 de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding ingevoerd. Deze stelt dat het dragen van kleding die het gezicht volledig bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, verboden is. Het verbod geldt voor alle onderwijsinstellingen in Nederland. Zo wordt het dragen van onder andere de niqab en boerka op scholen verboden. De reden achter deze wet is dat er voor pedagogisch en didactisch handelen, zoals op scholen, communicatie naar elkaar via gezichtsuitdrukkingen nodig is. Ook wordt de veiligheid zo gegarandeerd.

Hoe zit het dan met het dragen van een hoofddoek? Hierbij is het type school van belang. Een school met bijzonder onderwijs, bijvoorbeeld een katholieke school, mag het dragen van een hoofddoek op school verbieden. Dit zou namelijk een uiting van een ander geloof dan het katholieke geloof zijn en indruisen tegen de grondslag van de school. Openbare scholen mogen een hoofddoek niet verbieden, tenzij er sprake is van een objectieve rechtvaardiging. Hiervoor gelden echter strenge eisen.

Voor het opstellen van kledingvoorschriften wordt openbare scholen een bepaalde mate van vrijheid toegekend. Scholen mogen hierover regels of verboden vaststellen, maar deze dienen te voldoen aan de voorwaarden uit de Leidraad Kleding op school. De voorwaarden voor de regels zijn als volgt:

  • De voorschriften mogen niet discriminerend zijn (artikel 1 Grondwet);
  • De voorschriften mogen de vrijheid van meningsuiting niet aantasten (artikel 7 Grondwet);
  • De voorschriften moeten worden opgenomen in de schoolgids, het leerlingenstatuut, het studentenstatuut, de algemene bepalingen van een onderwijsovereenkomst of in de arbeidsvoorwaarden;
  • De maatregel op het overtreden van een kledingvoorschrift mag niet onevenredig zwaar zijn.

Zo zijn er scholen die het dragen van hoofddeksels, zoals petten of mutsen, verbieden. De voornaamste reden hiervoor komt overeen met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding, namelijk dat er oogcontact gemaakt moet kunnen worden tussen leraar en leerling. Ook zijn er tientallen scholen in Nederland die regels hanteren over te blote kleding. Dit zou volgens de scholen ongepaste opmerkingen kunnen uitlokken en voor het garanderen van de veiligheid van de jongeren bedoeld zijn. Zowel leerlingen als ouders hebben regelmatig kritiek op deze kledingvoorschriften.

Het is dus handig om in de betreffende documenten op te zoeken of en zo ja, welke kledingvoorschriften op school gelden. Indien kind of ouder het oneens is met de kledingvoorschriften, kan een ouder in gesprek gaan met de school of een formele klacht indienen via de klachtenregeling van de school. Indien er sprake is van discriminatie kunnen ouders bij het College voor de Rechten van de Mens terecht.

Read more

De nieuwe wettelijke regeling omtrent draagmoederschap

De draagmoeder is in de nieuwe wettelijke regeling ‘slechts’ de vrouw uit wie het kind is geboren.  In de nieuwe wettelijke regeling bestaat de mogelijkheid om direct vanaf de geboorte de juridische ouders van het kind te worden. Artikelen 1:198 en 1:199 BW worden aangepast om dit te faciliteren.

Een nieuwe afdeling wordt toegevoegd aan Boek 1 van het BW, namelijk afdeling 1.11.7 met betrekking tot ‘ouderschap na draagmoederschap’. Deze afdeling zal de nieuwe artikelen 1:213-221 BW bevatten.

Het draagmoederschapstraject moet voorafgaand aan de conceptie worden beoordeeld door de rechter, zoals vastgelegd in het nieuwe artikel 2:214 BW. Dit artikel bepaalt dat toewijzing van juridisch ouderschap gebeurt via een gerechtelijke uitspraak op gezamenlijk verzoek van de draagmoeder en de wensouders. Juridisch ouderschap wordt alleen toegewezen als dit in het belang van het kind is en wanneer de vrije instemming van alle betrokkenen blijkt.[1] Het verzoek moet een, door allen ondertekende, draagmoederschapsovereenkomst bevatten.

Wil de rechtbank het ouderschap na draagmoederschap toekennen, dan moet er worden voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 1:215 lid 1 BW.

Artikel 2:215 lid 1 luidt:

  1. wensouders moeten een verslag van de afgeronde voorlichting en counseling over zowel de juridische als de psychologische aspecten van draagmoederschap afgeven;
  2. de draagmoeder moet ter zitting verklaren nog niet zwanger te zijn;
  3. alle betrokkenen moeten meerderjarig zijn;
  4. tenminste één van de wensouders moet de genetische ouder van het kind zijn of de onmogelijkheid hiervan aannemelijk is gemaakt;
  5. de identiteit van degene die zaadcellen of eicellen heeft afgestaan moet voor het kind te achterhalen zijn;
  6. de draagmoeder mag niet meer dan de vastgestelde maximaal toegestane vergoeding ontvangen; 
  7. zowel de draagmoeder alsook de wensouders moeten tijdens de totstandkoming van de draagmoederschapsovereenkomst worden bijgestaan door een onafhankelijke juridisch deskundige; 
  8. de garantie dat de familierechtelijke betrekking tussen kind en ten minste één wensouder zal worden erkend;
  9. vaststaat dat het kind de nationaliteit van één de wensouders krijgt;  
  10. de zekerheid dat de draagmoeder en de wensouders een verblijfplaats in Nederland hebben; en
  11. de draagmoeder en één van de wensouders de Nederlandse nationaliteit hebben.

Het verzoek om ouderschap toe te kennen moet voorzien zijn van een draagmoederschapsovereenkomst dat door alle betrokken partijen is ondertekend. Volgens artikel 1:216 BW moeten in de draagmoederschapsovereenkomst ten minste de volgende afspraken worden opgenomen:

  1. de vergoedingen en de aanvullende tegemoetkoming van de wensouders aan de draagmoeder in verband met het draagmoederschap;
  2. de beschikbaarheid van juridisch advies en de wijze waarop de draagmoeder voorafgaand aan, gedurende en tot drie maanden na afloop van de zwangerschap dit advies kan verkrijgen, waarbij de kosten hiervan worden gedragen door de wensouder of wensouders; 
  3. de wijze waarop de risico’s verbonden aan het draagmoederschap in redelijke mate zijn afgedekt;
  4. het contact tussen de draagmoeder en het kind na de geboorte; en 
  5. de herkomst van zaadcellen of eicellen die zullen worden gebruikt bij het draagmoederschap.

De gerechtelijke toekenning van het ouderschap kan onder omstandigheden na draagmoederschap worden herroepen.

Is de draagmoeder nog niet zwanger of is nog geen kind geboren, dan is op grond van artikel 1:220 lid 1 BW herroeping altijd mogelijk. De draagmoeder kan een herroeping verzoeken indien sprake is van bedreiging, dwaling, bedrog of gewijzigde omstandigheden en de rechtbank de herroeping in het belang van het kind acht.

Op grond van artikel 1:220 lid 3 BW kunnen de wensouders een toekenning van het juridisch ouderschap herroepen indien er sprake is van bedreiging, dwaling of de draagmoeder hen heeft bedrogen hoe de zwangerschap tot stand is gekomen.

Verzoek tot herroeping dient ingediend te worden vóór de geboorte van het kind of binnen 3 maanden daarna. De rechtbank behandelt het verzoek binnen 6 weken. Artikel 1:221 BW bepaalt dat na definitieve herroeping de eerdere toekenning geacht wordt nooit te hebben plaatsgevonden. In de praktijk betekent dit dat bij de geboorte de draagmoeder als de juridisch ouder van het kind wordt beschouwd.


[1] Artikel 1:214 lid 3 BW.

Read more

Kinderen aan het woord: Het recht om gehoord te worden door de rechter

Het Kinderhoorrecht

In het personen- en familierecht is het uitgangspunt in zaken waarbij kinderen betrokken zijn dat het kind van twaalf jaar en ouder in de gelegenheid wordt gesteld om gehoord te worden door de rechter, op enkele uitzonderingen na. Deze hoor regeling staat in de wet in artikel 809 Rechtsvordering en geeft het kind het recht om zijn mening kenbaar te maken. Het betekent niet dat de minderjarige van deze gelegenheid gebruik moet maken, kinderen kunnen hier ook vanaf zien. Voor kinderen jonger dan twaalf jaar bepaalt artikel 809 Rechtsvordering dat zij in de gelegenheid gesteld kunnen worden door de rechter om hun mening kenbaar te maken. Het kind kan hier ook zelf om vragen. De rechter beslist dan of hij het kind wel of niet zal horen. De rechter is niet verplicht om kinderen onder de twaalf jaar te horen. Wanneer de rechter besluit een kind onder de twaalf jaar niet te horen hoeft hij zijn beslissing om het kind niet te horen in beginsel niet uit te leggen.

Hoe gaat het horen van het kind door de rechter in de praktijk?

Het kinderhoorrecht is ingevoerd om kinderen rechtsbescherming te bieden en het kind de mogelijkheid te bieden om zijn of haar mening te geven. Alle kinderen met de leeftijd van 12 jaar of ouder krijgen automatisch een uitnodiging voor een zogenoemd ‘kindgesprek’ met de rechter op de rechtbank, bijvoorbeeld in het kader van de echtscheiding. Zo’n gesprek duurt afhankelijk van de zaak ongeveer vijf tot vijftien minuten. In de brief staat ook aangegeven dat het kind ervoor kan kiezen om alleen schriftelijk te reageren. Uit onderzoek is gebleken dat het horen van kinderen jonger dan 12 jaar in de praktijk vrijwel niet gebeurt en dat vrij strikt wordt vastgehouden aan de leeftijdsgrens van twaalf jaar om door de rechter gehoord te worden. Vanuit de literatuur wordt er al enkele jaren aangestuurd op een verlaging van de leeftijdsgrens naar bijvoorbeeld acht jaar. Verschillende rechtbanken hebben dit al eens uitgeprobeerd maar tot een definitieve verandering van de leeftijdsgrens is het nog niet gekomen.

Voorbeeld casus  

Twee ouders en hun tienjarige dochter waren betrokken in een rechtszaak waarbij een regeling voor de zorg van de kinderen werd bepaald door de rechtbank. Beide ouders waren het niet eens met deze beslissing en gingen in beroep bij het Gerechtshof in Amsterdam. Op 15 december 2020 gaf het Hof zijn beslissing, waarin het ook de vraag behandelde of een tienjarig kind gehoord zou moeten worden.

Tijdens de procedure vertelde de vader dat zijn dochter zelf had gevraagd om door het hof gehoord te worden. De rechter legt in zijn uitspraak uit waarom er toch besloten is om het meisje niet te horen: “Volgens de wet moet de rechter kinderen van twaalf jaar of ouder om hun mening vragen bij zaken over de zorgregeling. Soms mogen ook jongere kinderen hun mening geven. Maar in dit geval dacht het hof dat het geen goed idee was om het kind te horen. Ze waren bezorgd dat het kind meer stress zou ervaren door de ruzie tussen haar ouders als ze moest getuigen. Het is al moeilijk en waarschijnlijk ook verdrietig voor het kind met ouders die het zo sterk oneens zijn. De rechter moet dan een beslissing nemen, en de ouders moeten die beslissing volgen. De vader zei dat zijn dochter geen behoefte meer had aan hulp van instanties en geen vertrouwen meer had in volwassenen. De rechter dacht niet dat een kindgesprek hier verandering in zou brengen. Wel zou het goed zijn als het meisje af en toe zou praten met een onpartijdig persoon. Ze zou zelf de website van Villa Pinedo kunnen bezoeken of de Kindertelefoon kunnen bellen. Haar ouders kunnen ook een Kindbehartiger inschakelen, iemand die met het meisje praat over wat haar bezighoudt.”

De uitspraak is terug te vinden onder het kenmerk ECLI:NL:RBNNE:2018:3537.

Read more

De Leerplicht

De leerplicht is een cruciaal onderdeel van het onderwijssysteem in veel landen, waaronder Nederland. Het is een wettelijke verplichting die ervoor zorgt dat kinderen toegang hebben tot onderwijs. De leerplicht in Nederland werd ingevoerd in 1901, dankzij de inspanningen van de minister van Binnenlandse Zaken, Goeman Borgesius. Het doel was om kinderarbeid te bestrijden en ervoor te zorgen dat alle kinderen toegang hadden tot onderwijs. Deze historische stap heeft de basis gelegd voor het moderne Nederlandse onderwijssysteem en heeft bijgedragen aan de hoge onderwijsnormen die we vandaag de dag in Nederland hebben.

De leerplichtwet

Volgens de Leerplichtwet zijn kinderen vanaf hun 5e tot en met het einde van het schooljaar waarin ze 16 jaar worden, volledig leerplichtig. Na deze periode geldt voor jongeren tot 18 jaar een kwalificatieplicht, wat betekent dat ze naar school moeten gaan totdat ze een startkwalificatie hebben behaald. Deze wet is ontworpen om ervoor te zorgen dat alle kinderen een minimale hoeveelheid onderwijs krijgen, ongeacht hun achtergrond of omstandigheden.

Het belang van de leerplicht

De leerplicht speelt een cruciale rol in het waarborgen van het recht op onderwijs voor alle kinderen. Het helpt om gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen en draagt bij aan de bestrijding van sociale ongelijkheid. Door ervoor te zorgen dat alle kinderen toegang hebben tot onderwijs, helpt de leerplicht hen om de vaardigheden en kennis te verwerven die ze nodig hebben om succesvol te zijn in het leven.

Uitzonderingen en vrijstellingen

Er zijn enkele uitzonderingen op de leerplicht, zoals vrijstellingen voor kinderen die vanwege lichamelijke of psychische redenen niet in staat zijn om naar school te gaan. Ook kunnen ouders onder bepaalde voorwaarden vrijstelling aanvragen op grond van hun levensovertuiging. Deze uitzonderingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de leerplicht rekening houdt met de individuele behoeften en omstandigheden van elk kind.

De rol van ouders en verzorgers

Ouders en verzorgers spelen een belangrijke rol in de naleving van de leerplicht. Zij zijn verantwoordelijk voor het zorgen dat hun kinderen naar school gaan en deelnemen aan het onderwijs. In gevallen waarin een kind niet naar school gaat, kunnen ouders en verzorgers wettelijk aansprakelijk worden gesteld.

De leerplicht heeft een grote impact op de samenleving en het leven van individuen. Het zorgt voor een basisniveau van onderwijs voor iedereen, wat essentieel is voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en voor de ontwikkeling van de samenleving als geheel. Het is belangrijk dat we de waarde van deze wet blijven erkennen en ernaar streven om het onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken. Het is ook belangrijk om te blijven werken aan de verbetering van het onderwijssysteem om ervoor te zorgen dat het voldoet aan de veranderende behoeften van onze samenleving.

Read more

Het recht om te demonstreren

Misschien heb je het wel eens voorbij zien komen, demonstrerende groepen, mensen die samen de straat opgaan om duidelijk te maken dat ze het ergens niet mee eens zijn. Meestal bestaan deze groepen uit grote (volwassenen) mensen, maar af en toe kom je ook wel eens kinderen tegen met borden in hun handen. Een bekend voorbeeld is Greta Thunberg. Als Gretha 15 is besluit ze om alleen maar te gaan protesteren tegen klimaatverandering in plaats van naar school te gaan. Wellicht wil jij je net zoals Gretha ook wel heel graag uitspreken over een onderwerp maar vraag je je af of je wel mag demonstreren en wanneer je dit mag doen, wij gaan het je vertellen.

Iedereen mag demonsteren

Demonstreren is een grondrecht dat voor “een ieder” geldt. Dat betekent dat jij in principe (net zo goed als je ouders) het recht hebt om te demonstreren en dus het recht hebt je stem te laten horen. Ook in het kinderrechtenverdrag wordt benadrukt dat jij als kind het recht hebt om te demonstreren. Toch zit er waarschijnlijk een verschil in jouw recht om te demonstreren en die van jouw ouders.

Maar let op eventuele gevolgen

Ondanks dat je namelijk het recht hebt om te leren, verplicht de wet je namelijk ook om tot je achttiende naar school te gaan of naar school te gaan tot het moment dat je een startkwalificatie hebt. Dat heeft als gevolg dat wanneer jij wil gaan demonstreren op het moment dat je eigenlijk in de klas hoort te zitten je niet meer zomaar het recht hebt om te demonstreren. Op dat moment heb je namelijk de plicht om op school te zitten. En die verplichting gaat boven een recht wat je hebt.  

Minderjarig en geen startkwalificatie

Pas als de school de demonstratie beschouwt als onderwijsactiviteit of als de school verlof verleent op verzoek van ouders, heeft een scholier recht om te demonstreren. Blijf je zonder toestemming weg van school, dan ben je aan het spijbelen. Houd er dan rekening mee dat je school jou in dat geval een straf mag opleggen. Spijbel je vaker, in ieder geval meer dan zestien uur in vier weken dan moet jouw school dit melden bij de leerplichtambtenaar en kunnen er gevolgen aan verbonden zitten.

Meerderjarig of een startkwalificatie

Ben je achttien jaar of ouder of heb je al een startkwalificatie? Dan is toestemming van de school niet nodig en mag je gewoon demonstreren. Het is wel slim om je bij school af te melden en rekening te houden met de gevolgen die het kan hebben. Zo kan een universiteit er gevolgen aan verbinden als jij vaker dan zoveel keer afwezig bent. Ook als je moet werken kan het natuurlijk gevolgen hebben als jij zomaar wegblijft.

Conclusie

In principe heb jij als kind of jongere gewoon het recht om te demonstreren. Houd wel altijd rekening met je leerplicht. Dit is extra belangrijk wanneer je nog geen 18 bent plus geen startkwalificatie hebt. Ga je namelijk tijdens schooltijd demonstreren zonder dat je toestemming hebt van je school dan ben je officieel aan het spijbelen en kan dat gevolgen hebben. Ben je boven de achttien jaar of heb je een startkwalificatie dan mag je gewoon demonstreren en heb je geen toestemming nodig van je school. Houd altijd dus ook wanneer je geen leerplicht hebt nog rekening met je andere verplichtingen en eventuele gevolgen.

Read more

Mediation bij een conflictscheiding

Ongeveer twee op de tien kinderen in Nederland hebben gescheiden ouders. Dit komt dus heel veel voor. Als ouders gaan scheiden moeten er allerlei dingen geregeld worden. Ouders moeten niet alleen financiële afspraken maken, maar zij moeten ook afspraken maken over de zorg voor hun kinderen. Deze afspraken worden opgenomen in een ouderschapsplan. Sommige ouders gaan vriendschappelijk uit elkaar en kunnen samen goede afspraken maken waar ze het allebei mee eens zijn, maar niet alle ouders komen hier samen in goed overleg uit. Als ouders het niet met elkaar eens zijn, bijvoorbeeld over de omgang of over de alimentatie, ontstaat er een conflictscheiding.

De eerste stap bij een conflictscheiding is dat de ouders naar een mediator gaan of ergens anders hulp zoeken. Op deze manier proberen de ouders er nog een keer samen uit te komen vóórdat zij de rechter een beslissing laten nemen. Ouders kunnen ook in mediation gaan als er al een rechtszaak loopt. Een mediator is een neutrale bemiddelaar die met de ouders in gesprek gaat over hun wensen en standpunten. De mediator voert één of meer mediationgesprekken met de ouders en probeert, samen met de ouders, een oplossing te bedenken waar zij het beiden mee eens zijn.

Wat zijn de voordelen van mediation?

Mediation heeft veel voordelen. Allereerst zijn er bij mediation, in tegenstelling tot bij een rechtszaak, geen verliezers. Het doel van mediation is dat ouders samen tot een goede oplossing komen. Aan het einde moeten beide ouders het eens zijn over de afspraken. Ten tweede duurt een mediationtraject vaak minder lang dan een rechtszaak en kost het ook minder geld. Tot slot is mediation voor kinderen vaak fijner dan een rechtszaak. Dit komt doordat ouders er samen uitkomen, in plaats van dat zij ruzie blijven maken. Als er naar de mogelijke oplossingen worden gekeken zal de mediator daarnaast altijd kijken naar wat in het belang is van het kind.

Mediationovereenkomst

De ouders tekenen aan het begin van het mediationtraject een mediationovereenkomst. Door dit te ondertekenen spreken de ouders af dat zij zich houden aan de geheimhouding. Dit betekent dat wat tijdens de mediationgesprekken besproken wordt vertrouwelijk blijft en dat zij, hetgeen besproken is tijdens de gesprekken, niet zullen gebruiken in een rechtszaak.

Kindgesprek

In tegenstelling tot bij de rechter heeft het kind van 12 jaar of ouder niet het recht om met een mediator in gesprek te gaan. Hoewel een kind dit recht niet heeft, nodigt een mediator een kind wel vaak uit voor een gesprek. Dit doet de mediator om ook het verhaal van het kind te horen en om te vragen wat het kind zelf graag wil. Een mediator kan alleen een gesprek voeren met een kind als beide ouders hiermee instemmen. Een mediator kan daarnaast ook nog in gesprek gaan met leerkrachten of andere volwassenen die het kind goed kennen, zoals de oppas(ouders).

Een kind van 12 jaar of ouder kan natuurlijk nog steeds een brief sturen naar de kinderrechter, ook al doorlopen de ouders een mediationtraject.

Wat als de ouders er toch niet onderling uitkomen met mediation?

Als ouders het toch niet eens worden, kunnen zij via een advocaat aan de rechter vragen om een beslissing te nemen. Als de rechter vindt dat de ouders niet goed genoeg hun best hebben gedaan om er samen uit te komen, kan de rechter de ouders ook naar een mediator (terug)verwijzen. De rechter kan daarnaast ook een bijzondere curator aanstellen of advies vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Wil jij meer weten over wat een ouderschapsplan is en wat daar in moet staan? Lees dan vooral onze blog over het ouderschapsplan!

Read more

De medische behandeling, met of zonder toestemming van je ouders?

Stel je voor, je wil naar de huisarts om een medische behandeling te ondergaan, maar je ouders zijn het hier niet mee eens en willen niet dat je deze behandeling krijgt of jij wil niet dat ze van de behandeling afweten. Kan je dan toch naar de huisarts om de behandeling te krijgen?

Of je een medische behandeling mag krijgen zonder toestemming van je ouders, hangt af van je leeftijd. In principe ben je handelingsonbekwaam tot je 18jaar bent. Dit betekent dat je niet zonder toestemming van degene die het gezag over hou heeft een rechtshandeling kan verrichten. Hiervoor dient iedereen die het gezag voer jou heeft toestemming te geven. Meestal hebben jouw ouders het gezag, maar dit kan bijvoorbeeld ook je voogd of een verzorger zijn. Dit zou dus betekenen dat je tot je 18 jaar oud bent toestemming van je ouders met gezag nodig hebt om een medische behandeling te ondergaan. Maar voor een medische behandeling ligt dit net iets anders. In de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) zijn speciale regels opgenomen wanneer je toch zelfstandig een medische behandeling mag ondergaan.

Uit deze wet volgt dat je ouders met gezag tot jij 12 jaar oud bent toestemming moeten geven voor de medische behandeling. Je eigen toestemming voor deze behandeling is niet nodig, maar de dokter moet je wel informeren over de behandeling.

Wanneer je tussen de 12 jaar en 16 jaar oud bent, moeten voor een medische behandeling zowel jijzelf als je ouders met gezag toestemming geven. Dit wordt ook wel het dubbele toestemmingsvereiste genoemd. Maar, er zijn twee uitzonderingen waardoor dit dubbele toestemmingsvereiste niet geldt en alleen jouw toestemming voldoende is om een medische behandeling te ondergaan. De eerste uitzondering is dat jij, nadat je ouders hun toestemming hebben geweigerd, de medische behandeling toch blijft wensen. Hiervoor dient de huisarts dus wel om de toestemming van je ouders te vragen en hen te informeren over de behandeling. Je ouders zijn dan dus wel op de hoogte, maar je kan de behandeling toch ondergaan terwijl zij geen toestemming verlenen.

Daarnaast kan je de medische behandeling zonder de toestemming van je ouders met gezag ondergaan wanneer dit noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Hiervoor moet de behandeling medisch noodzakelijk zijn en kan de behandeling niet wachten tot je 16 jaar bent. Het is aan de arts te beslissen of hier sprake van is. Wanneer hier sprake van is mag je de medische behandeling dus ondergaan zonder de toestemming van je ouders. Zij hoeven dan ook niet geïnformeerd te worden.

Wanneer je 16 jaar of ouder bent mag je helemaal zelf beslissen of je een medische behandeling ondergaat. Je hebt hiervoor dus geen toestemming meer nodig van je ouders met gezag.

Het is dus afhankelijk van je leeftijd of je toestemming nodig hebt van je ouders met gezag. Tot je 12 jaar bent, hebt je deze altijd nodig. Wanneer je tussen de 12 jaar en 16jaar oud bent, heb je de toestemming ook nodig tenzij er een uitzondering geldt en wanneer je 16 jaar of ouder bent heb je geen toestemming meer nodig.

Read more

Dubbele achternaam

Nieuwe wet

Sinds 1 januari 2024 is er een nieuwe wet ingetreden die zorgt voor verandering op het gebied van naamgeving in Nederland: ouders hebben nu de mogelijkheid om hun kind de achternamen van beide ouders te geven.

Hoe gaat het in zijn werk?

Ouders kunnen gezamenlijk hun voorkeur voor een gecombineerde achternaam aangeven bij de gemeente. Dit kan tijdens de zwangerschap, bij de geboorteaangifte of bij het erkennen van het kind. Voor ouders die ervoor kiezen om hun kind een gecombineerde achternaam te geven, geldt deze keuze ook automatisch voor alle volgende kinderen die ze krijgen. Het is echter belangrijk op te merken dat het niet verplicht is om een gecombineerde achternaam te kiezen. De keuze ligt volledig bij de ouders.

Wat als er geen keuze wordt doorgegeven bij de gemeente?

Als er geen keuze wordt doorgegeven bij de gemeente, dan zal het gewone naamrecht uit de wet van toepassing zijn (titel 2 van het Burgerlijk Wetboek Boek 1). De meeste voorkomende situaties zullen hierna worden toegelicht. Indien een man en vrouw getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, krijgt hun kind automatisch de achternaam van de vader (art. 1:5 lid 5 BW). Zij kunnen er ook voor kiezen dat het kind de achternaam van de moeder krijgt, maar dit moet voorafgaand aan of tijdens de geboorteaangifte gezamenlijk worden vastgelegt bij de burgerlijke stand en dient dus wel te worden doorgegeven (art. 1:5 lid 4 BW). Indien er geen sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, zal het kind automatisch de achternaam van de moeder krijgen (art. 1:5 lid 1). Als echter de wens bestaat dat het kind de achternaam van de vader of de duomoeder draagt, moet de vader of de duomoeder het kind erkennen. Tijdens deze erkenning is het mogelijk om gezamenlijk de naamkeuze door te geven (art. 1:5 lid 2 BW).

Geboren voor 1 januari 2024?

Voor kinderen die vóór 1 januari 2024 zijn geboren, is er een overgangsregeling beschikbaar. Ouders met kinderen geboren op of na 1 januari 2016 kunnen alsnog gebruik maken van deze regeling tot 1 januari 2025. Dit stelt hen in staat om een gecombineerde achternaam te kiezen voor al hun kinderen, met de namen en volgorde naar keuze.

Buitenlandse nationaliteit

Als je een buitenlandse nationaliteit hebt, bepalen de regels van het desbetreffende land de mogelijkheden voor achternaamkeuze. Als een kind meerdere buitenlandse nationaliteiten heeft, kan worden gekozen welke regels van toepassing zijn.

Conclusie

Met deze nieuwe wetswijziging is het nu dus mogelijk voor ouders om voor hun kind te kiezen voor de achternaam van de vader, van de moeder of beide achternamen.

Read more